Nieuws & acties - Nieuws

Je hoort het nog weleens: het zou niet diervriendelijk zijn een assistentiehond voor je te laten werken. Die kritiek komt voort uit de gedachte dat een assistentiehond te veel en te vaak zou moeten werken en te weinig rust krijgt. Uit onderzoek van de HAS Hogeschool in Den Bosch blijkt echter dat deze redenering niet klopt. 

De inspanning van een assistentiehond wijkt nauwelijks af van die van een gewone huishond. Een assistentiehond krijgt nagenoeg dezelfde rust als een huishond. De stelling dat een assistentiehond zich overmatig moet inspannen, blijkt voorbarig te zijn.
Het onderzoek is vorig jaar uitgevoerd door Mila Bucx, Iris Smit, Maxime Kremer en Jasper Buit. Zij deden literatuuronderzoek en namen interviews af bij gebruikers van assistentiehonden, instructeurs en eigenaren van huishonden. Voor het meten van de activiteiten van honden maakten zij gebruik van een 3D accelerometer van het merk Fitbark. Het doel was een duidelijk beeld te krijgen van het huidige welzijn van deze honden. In totaal zijn er 72 honden gemonitord tijdens deze studie waarvan 36 assistentiehonden en 36 huishonden. Beide groepen zijn voor 48 uur opeenvolgend gemonitord met de Fitbark. Een aantal cursisten van Bultersmekke Assistancedogs nam met hun assistentiehond aan het onderzoek deel.

Tegengesteld

Interviews met eigenaren en instructeurs tonen tegengestelde opvattingen over de werkintensiteit gedurende de dag. Meer dan de helft (58%) van de assistentiehond eigenaren gaf aan dat hun hond af en toe vermoeidheid vertoonde na een lange werkdag of bij veel taken. Toch meldden bijna alle eigenaren dat hun hond nog steeds effectief kon werken. Dit terwijl de instructeurs verwachtten dat de effectiviteit van assistentiehonden zal afnemen als ze vermoeid zijn. Dit zou verklaard kunnen worden door het effect van een sterke emotionele band tussen eigenaar en hond die ervoor zorgt dat een hond gemakkelijker en met meer motivatie een taak uitvoert. Wat ook een reden zou kunnen zijn, is dat eigenaren een emotioneel vooroordeel hebben over de werkintensiteit en effectiviteit van hun hond. Tevens gaven eigenaren van assistentiehonden aan dat hun honden een significant langere nacht hadden dan de eigenaren van huishonden.

Metingen

presentatie has onderzoe rand low resUit de activiteit metingen kwamen echter geen significante verschillen in de rust of activiteit gedurende de nacht bij assistentiehonden in vergelijking met huishonden. Tijdens de ochtend en middag was er wel een significant verschil in beweging tussen de twee groepen honden. Het verschil in de hoeveelheid genoemde wandelingen van de honden in vergelijking met assistentiehonden was echter minimaal. Er waren ook geen aanwijzingen voor extra activiteit, zoals sport, die dit verschil in beweging zou kunnen verklaren. Dit suggereert dat het verschil in beweging vooral te vinden is in de werkactiviteiten van de assistentiehonden.

Er waren een aantal verschillen in beweging en rust binnen de verschillende werkgroepen van assistentiehonden. Een belangrijk verschil was 's nachts, waar assistentiehonden voor mensen met psychische problematiek actiever waren dan ADL en signalerende honden, wat in overeenstemming is met hun taak. Echter, aan het einde van de 48 uur verschilde de groepen assistentiehonden niet van elkaar in totale beweging en rust. Hoewel er een verschil in totale beweging was, hadden zowel de huishonden als assistentiehonden een gemiddelde Body Condition Score van 5,6, wat wijst op neiging tot overgewicht. Dit suggereert dat de beweging niet kan worden gezien als enige voorspeller van de ontwikkeling van de lichamelijke conditie en dat er meer factoren in mee moeten worden genomen, zoals voeding.

Vervolgstudie

De onderzoekers zien mogelijkheden voor vervolgonderzoek. Zij bevelen aan meer nauwkeurige meetmethodes te gebruiken zoals een elektronische fitbark low reshersenfunctie meting en cortisol metingen van speeksel over de dag heen. Vooral voor signalering- en psychiatrische assistentiehonden, die vaak 24 uur per dag alert moeten zijn. Het zou interessant kunnen zijn om de effecten van hun werk op de slaapkwaliteit te kunnen meten. Daarnaast is het ook interessant om de (effecten van) korte- en lange termijn stress mee te nemen, iets dat niet kon worden gemeten met een Fitbark. Kijkend naar de Body Condition Scoring zou het ook interessant zijn om de dagelijkse voedselinname van de deelnemende honden te meten om te zien of er verschillen zijn die de huidige resultaten zouden kunnen verklaren. Ten slotte kunnen grotere steekproefgroottes nuttig zijn bij het maken van nauwkeurige verklaringen en adviezen voor het welzijn van de groeiende en diverse populatie assistentiehonden in Nederland.